Werkdruk staat al jaren hoog op de agenda, maar de cijfers laten een genuanceerder beeld zien dan het onderwerp soms doet vermoeden. De landelijke trend is dalend. De behoefte aan actie verschilt echter sterk per sector.
De landelijke cijfers
Volgens de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2025 van TNO (met ruim 53.000 deelnemende werknemers) ervoer in 2025 31% van de werknemers vaak of altijd werkdruk. Dat is een duidelijke daling ten opzichte van tien jaar eerder: in 2015 lag dit percentage nog op 38%.
Toch vindt 37% van de werknemers dat er (aanvullende) maatregelen nodig zijn tegen werkdruk en werkstress. Dat landelijke gemiddelde verhult grote sectorverschillen.
Onderwijs en zorg springen eruit
In het onderwijs geeft 50% van de werknemers aan dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Dat is de hoogste van alle sectoren. In de zorg ligt dit op 47%. Beide liggen ruim boven het landelijk gemiddelde van 37%, en beide zijn sectoren waarin Altius Strategies actief is.
Dat onderwijs en zorg bovenaan staan, verrast weinigen. Wat minder vaak gebeurt: goed uitzoeken wélke maatregelen bij een specifieke school, afdeling of team daadwerkelijk aansluiten op de oorzaak, in plaats van een generiek vitaliteitsprogramma dat overal wordt uitgerold.
Waarom “meer maatregelen” niet automatisch helpt
Werkdruk heeft zelden één oorzaak. Onderbezetting, onduidelijke prioriteiten, administratieve last, of een cultuur waarin “nee zeggen” lastig is: elk vraagt om een andere aanpak. Voordat een organisatie investeert in maatregelen, is het de moeite waard om eerst scherp te krijgen wélk van deze patronen daadwerkelijk speelt.
Dat is de eerste stap van de Altius Organisatiediagnose: feiten en cijfers in kaart brengen, gesprekken voeren met de werkvloer, en pas dan een aanbeveling doen, toegesneden op de daadwerkelijke oorzaak, niet op een standaardoplossing.
Bronnen:
TNO Monitor Arbeid: Factsheet Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025
