“70% van alle reorganisaties mislukt” is een van de meest herhaalde uitspraken in de managementliteratuur. Het klinkt overtuigend, wordt zelden onderbouwd, en klopt waarschijnlijk niet. Toch is de vraag erachter relevant: waarom voelt een reorganisatie voor veel organisaties als een gok?

Waar komt dat cijfer vandaan?

Het cijfer van 70% (soms 80%) duikt al decennia op in artikelen en presentaties, maar een harde, controleerbare bron ontbreekt vrijwel altijd. Onderzoekers van Sioo, het interuniversitair centrum voor organisatie- en veranderkunde, ondervroegen 151 managers over recente veranderprojecten. Hun conclusie: verandermanagement in Nederland gaat helemaal niet zo slecht als vaak wordt beweerd.

Uit dat onderzoek bleek dat de helft van de verandertrajecten de gestelde doelen goed behaalde, ongeveer 30% volledig mislukte, en de rest in een grijs gebied viel. Volgens Sioo-rector Ard-Pieter de Man krijg je alleen bij de strengst mogelijke criteria de hoge faalpercentages die vaak worden geciteerd: “en dat is niet realistisch”.

Wat wél bepaalt of een verandering slaagt

Het onderzoek wijst op één factor die het verschil maakt: hoe goed een verandering is voorbereid. Veel organisaties denken verandertrajecten onvoldoende door, niet omdat ze geen visie hebben, maar omdat ze onvoldoende in kaart brengen wat er daadwérkelijk speelt vóórdat ze een aanpak kiezen. De uitvoering krijgt alle aandacht, de diagnose vooraf te weinig.

Waarom wij met de diagnose beginnen, niet met een plan

Een reorganisatie die “niet landt zoals bedoeld” is zelden een uitvoeringsprobleem alleen. Vaak was de onderliggende oorzaak van het probleem nooit goed vastgesteld. De Altius Organisatiediagnose is bewust geen kant-en-klaar veranderplan, maar begint met feiten en gesprekken, zodat een eventuele aanbeveling aansluit op wat er echt speelt, niet op een aanname.


Bronnen:
Management Impact: Faalpercentage verandertrajecten valt reuze mee (Sioo-onderzoek)